Films die je volgens mij gezien moet hebben

Films die m.i. bijzonder zijn qua montagetechnieken (in beeld en/of geluid) (in de cursus kan ik mijn keuzes desgewenst nog wel verduidelijken).

Let wel: dit is een momentopname, want er zijn uiteraard nog veel meer goede films. Dus deze lijst is groeiende (laatste update 2 juni 2017).

Ik heb bij de films ultrakorte opmerkingen geplaatst om aan te geven waarom ik ze in deze lijst opnam. Vaak zijn er nog veel meer redenen, maar dan is dit geen lijst meer, maar een essay. Ik hoop er niet teveel mee weg te geven. Dus lees wellicht pas ná het zien van de film in de grijze lettertjes waarom nu juist die film in dit lijstje voorkomt.

Anyway veel kijkplezier,

Gert de Graaff.

  1. 2:37 – Thalluri (2006)

    Bijzonder gebruik van tijd (zie ook Elephant waar het sterk op lijkt)

  2. 2001 – Stanley Kubrick (1968)

    Realistisch gebruik van geluid in de ruimte (nl. geen geluid) en het werken met tijd(sprongen)

  3. 24 (season 1) (2001)

    Naast zeer goed gebruik van parallelmontage ook super spannend. Probeer te ontdekken waarom bv. hun gesprekken en achtervolgingen zoveel spannender zijn dan menig andere.

  4. 4 –  Chrzjanovski (2006)

    Bijzonder beginshot en bijzondere découpage in de kroegscène.

  5. 6 feet under

    Zij waren m.i. de eerste met scènes die allereerst compleet uit de hand lopen waarna de situatie teruggezet wordt in de tijd en je begrijp dat er niets uit de hand liep, maar dat het een wensdroom was van een van de personages.

  6. 4 elements- Jiska Rickels (2006)

    Gebruik van natuurlijk geluid en muziek. Geen voice-over, maar beeld verhaal laten vertellen.

  7. 8 ½ – Frederico Fellini (1963)

    Spreekt voor zich. Beginscène is imposant.

  8. Alien (1) – Ridley Scott (1979)

    Spannend en verrassend. Vooral omdat je het monster nauwelijks ziet (à la Jaws)

  9. Als de kraanvogels overvliegen – Michail Kalatozov (1957)

    Let op de uitzonderlijk mooie kadreringen, al gelijk duidelijk in de eerste paar minuten

  10. Amores perros – Alejandro González Iñárritu (2000)

    Hoe verfilm je bv. een auto-ongeluk?

  11. An inconvenient truth – Guggenheim (2006)

    Hoe breng je veel info in korte tijd over in een praat-achtige power-point film?

  12. Apocalypse now – Francis Ford Coppola (1979)

    De ware anti-oorlogsfilm, verpakt in een oorlogsfilm. Bestudeer de boeken van en over Walter Murch, de editor. Let o.a. op gebruik verschillende audio-lagen. En let op de POV shots in de helikopteraanval

  13. Aquire, der zorn gottes – Werner Herzog (1972)

    Draai de kachel op 100 want deze film dient bekeken te worden in een te warm vertrek

  14. Atonement – Joe Wright (2008)

    Let op het gebruik van muziek, het spel met de tijd en de lengte van de shots (met name één in het midden van de film)

  15. À bout de soufflé – J. L Godard (1960)

    Fenomenaal gebruik van o.a. jumpcut  en découpage. Film gaat tegen veel filmwetten in

  16. Back to the future – Robert Zemeckis (1985)

    Natuurlijk prachtige, aanstekelijke film over tijdreizen. Ook hier wordt slim gespeeld met het ‘grootvadercomplex’ (zie elders op deze pagina)

  17. Basic instinct – Paul Verhoeven (1992)

    Gebruik van muziek. By the way, wie heeft het nou eigenlijk gedaan? Wat vertelt het eindshot daarover?

  18. Batman The Dark Knight – Christopher Nolan (2008)

    Hier vind je een interessante analyse ( https://www.youtube.com/watch?v=vTt0izejSJw ) die een overbekende vormtruc  (kikvors en vogelperspectief) toch weer ineens op z’n kop zet. Het blijft leuk wat er allemaal steeds weer wordt geprobeerd en ontdekt!

  19. Being there – Hal Ashbey (1979)

    Over eindshots gesproken.

  20. Belle de Jour – Luis Bunuel (1967)

    Gewoon een film die je ook gezien moet hebben

  21. Blue velvet – David Lynch (1986)

    Lees het sterke essay van Jan Willem Otten over dit meesterwerk. Desgewenst bij mij te verkrijgen

  22. Blow up – Michelangelo Antonioni (1966)

    Gebruik van geluid (tennisscène). Gebruik van beeldtaal: don’t tell them, show!

  23. Bowling for Columbine – Michael Moore (2002)

    Ook een documentairemaker die keurig gebruik maakt van de filmwetten van o.a. invisible cutting. Let bv. op het openen van de catalogus vol geweren in de openingsscène in de bank.

  24. Breaking the waves – Lars von Trier (1996)

    Zeer brutaal gedraaid en gemonteerd. let bv. op het eerste vertrek per helicopter van haar geliefde. Hoezo jumpcuts? Volg de emotie van de kijker! En zet alle filmwetten naar je hand.

  25. Caché – Michael Hanneke (2005)

    Perfect gebruik van het medium, al zichtbaar in het openingsshot.

  26. Cinema paradiso – Giuseppe Tornatore (1988)

    Oh, wat is een mooi filmverhaal toch mooi. En een film over film is m.i. altijd interessant

  27. Cleo de 5 a 7 – Agnès Varda (1961)

    Ook een film die je gewoon gezien moet hebben. Sommige beelden blijven bij mij althans jaren hangen, zoals de dwalende vrouw op straat

  28. Cold Lazarus

    4-delige tv-serie door en met Dennis Potter, geschreven in het zicht van zijn naderende dood. Samen met Karaoke bekijken! Eerst Karaoke, dan deze. Helaas (nog) niet op DVD te verkrijgen. Schande.

  29. Coup de tourchon – Bernard Tavernier (1981)

    Over de identificatie van ons met iemand op het witte doek en hoe je je daarover voelt na afloop van de film

  30. Crash – Paul Haggis (2004)

    Parallelverhalen

  31. Dancer in the dark – Lars von Trier (2000)

    Gebruik van muziek. Kadrering

  32. Darwins Nightmare – Hupert Sauper (2004)

    Wat een documentaire vermag. Wat is het leidende thema in elke scène?

  33. Day and Night – Staho (2004)

    Let op uit hoeveel cameraposities de gehele film bestaat. Ongelooflijk nietwaar? En de film is een pleidooi voor op tijd binnen zijn in de bioscoop… (en dus niet naar binnen glippen als de film al een minuutje bezig is)

  34. Das boot – Wolfgang Petersen (1981)

    Claustrofobisch, among other things.

  35. De Spiegel – Tarkowsky (1975)

    Tarkovsky: “je moet kijkers niet proberen te bereiken via hun hoofd, maar rechtstreeks in hun hart”

  36. Deconstructing Harry – Woody Allen (1997)

    Perfect gebruik van jumpcuts om verwarring (en nog meer) aan te geven en de out-of-focus scène is uiteraard subliem bedacht

  37. Delicatessen – Marc Caro, Jean-Pierre Jeunet (1991)

    Mooi voorbeeld van ritmisch monteren op een oer-ritmische beweging tussen 2 personen

  38. (De zee die denkt  – Gert de Graaff)(2001)

    Wat is echt en wat niet? Waar geloven we in tijdens het kijken en daarna buiten op straat en hoe komt dat?

  39. Der Amerikanische Freund – Wim Wenders  (1977)

    Let op de sfeertekening

  40. Der Himmel über Berlin  – Wim Wenders (1987)

  41. Der Stand der Dinge – Wim Wenders (1982)

    De stelling dat in Europese films geen ontwikkeling zit en in Amerikaanse des te meer subliem weergegeven: zodra onze hoofdpersoon in Amerika arriveert ontstaat er een verhaal

  42. Dogville – Trier

    Waar houdt ons geloof in de fictie van film op? Als de filmsetmuren ontbreken? Hoe je toch weer het zo duidelijk ‘onechte’ verhaal wordt ingezogen

  43. Dog day afternoon – Sidney Lumet (1975)

    Om van alles maar ook om het einde

  44. Don’t look now – Nicolas Roeg (1973)

    Beroemd om zijn parallel gesneden vrijpartij

  45. Dr. Strangelove or how I stopped worrying and love the bomb – Kubrick (1974)

    Voor bv. Peter Sellers in meerdere rollen

  46. Dracula – Coppola (1992)

    Zo’n uitgekauwd onderwerp weer schitterend nieuw leven ingeblazen. Zelden zag ik zo’n tragische count Dracula.

  47. Elephant– Gus van Sant

    Intrigerend spel met tijd

  48. Encounters at the end of the world  – Herzog (2007)

    Alleen al om de scène met de pinquin. En let op zijn onorthodoxe keuze van muziek

  49. Equus – Sidney Lumet (1977)

    Voorbeeld van hoe een film te beginnen

  50. Eternal sunshine of the spotless mind – Michael Gondry (2004)

    Let eens op het gebruik van muziek in de treinscène aan het begin van de film.

  51. Etre et avoir – Philibert (2002)

    Wat een documentaire kan zijn in al zijn schijnbare eenvoud. Wel een stijlbreuk ergens  maar welke?

  52. Het evangelie volgens Mattheus – Pier Paolo Pasolini (1964)

    Zoals Jan Marijnissen al zei in Zomergasten: wat een verbeelding van verdriet!

  53. The Fall

    wat een begin! Wat een settings. Wat een fantasie!

  54. Festen – Vinterberg (1998)

    Spreekt voor zich, maar ook bv. om de truc om  de figuranten niet te vertellen wat er gaat gebeuren om de levensechtheid van scènes te versterken

  55. Funny Games  (Us versie) – Michael Haneke (2007)

    Verschrikkelijk drama. Bedenk vooraf dat sommige scènes nooit meer uit je geheugen zullen verdwijnen. Kijk hoe je je voelt vlak voor het oppakken van de afstandsbediening…

  56. Gran Torino – Clint Eastwood (2009)

    Zou zonde zijn als dit zijn laatste film als acteur zou zijn. Speelt al zijn eerdere rollen nogmaals samen in één karakter

  57. Grey gardens – Ellen Hovde; Albert Maysles (1975)

    Hoe simpel lijkt het toch, je filmt wat excentrieke dames en je hebt iets. Toch? Of niet? Toch niet zo simpel?

  58. Grizzly man – Werner Herzog (2005)

    Hoe bv. de voice-over kritiek kan hebben op de film.

  59. High Noon – Fred Zinnemann (1952)

    Perfect voorbeeld wat een klok doet met het verhaal.

  60. Hiroshima mon amour – Alain Resnais (1959)

    Spel met aandachtspunten. Subliem spel met tijd en herinnering.

  61. Hukkle – György Pálfi (2003)

    Over hoe je net niet moet snijden in continuïteit

  62. I am Cuba – Mikhail Kalatozov (1964)

    Let op de kadreringen en de fenomenale manier van camerabewegingen

  63. Im lauf der zeit- Wim Wenders (1976)

    Documentair een speelfilm draaien

  64. Interiors – Allen (1978)

    Aandachtspunten. Vorm is inhoud

  65. Jaws – Spielberg (1975)

    Al is het alleen al omdat je 2 uur intense spanning krijgt en maar 2 minuten haai. Gevolg is wel dat je nooit meer rustig in een vreemde oceaan zwemt.

  66. JFK – Oliver Stone (1991)

    Goed voorbeeld van o.a. parallel montage en gebruik van slowmotion

  67. Karakter – Mike van Diem (1997)

    Let bv. op de vreemde scène van de deurwaarder in de nacht

  68. Karaoke – Dennis Potter

    4-delige tv-serie door en met Dennis Potter, geschreven in het zicht van zijn naderende dood. Samen met Cold Lazarus bekijken! Eerst deze dan die. Helaas (nog) niet op DVD te verkrijgen. Schande.

  69. Koyaanisqatsi

    Als je de film gezien hebt, begrijp je wel waarom hij ook in deze lijst staat

  70. L’aventura – Michelangelo Antonioni (1960)

    Over entry en exit shots en het gebruik van ‘dode tijd’

  71. La Jetee- Chris Marker (1962)

    Hoe maak je een film die enkel uit foto’s bestaat? Voorloper van 12 Monkeys

  72. La notte – Michelangelo Antonioni (1961)

    Kadreringen, entry en exitshots

  73. La notte ci Cabiria- Fellini (1957)

    Hoe begin je een film?

  74. La vita è bella – Benigni (1997)

    Spel met de tijd

  75. Last night – Don McKellar (1998)

    Spel met de klok. Let op de mooie camerabewegingen aan het einde.

  76. Le Mépris – Jean-Luc Godard (1963)

    Waanzinnig gebruik van steeds dezelfde muziek

  77. Le salaire de la peur – Henri-Georges Clouzot (1953)

    Befaamde eindscène qua beeldrijm en ritme. Zie hoe mooi de draai van de danseres wordt overgenomen door het sturen van Yves Montand in de vrachtwagen.

  78. Lenny – Bob Fosse (1974)

    Ook goed voorbeeld van parallelmontage en van de vraag: hoe verfilm je een auto-ongeluk?

  79. Les glaneurs et la glaneuse – Agnès Varda (2000)

    Zeer goed ingezette DV camera. Speelse film, maar zeer onderhoudend. Wat je al niet met zo’n ‘simpel’ onderwerp kunt maken qua film.

  80. Lessons of darkness – Werner Herzog (1992)

    Bijzonder gebruik van muziek en voice over

  81. Life without death – Frank Cole (2000)

    Hoe draai je in je eentje een documentaire in de (gevaarlijke) Sahara?

  82. Light years away – Alain Tanner (1982)

    Wat een verhaal en wat een begin

  83. Lightning over water – Wim Wenders (1980)

    Hoe kun je tijdens een lezing zien dat er een film cassette wordt verwisseld? Wat is waar en niet?

  84. Little Dieter needs to fly – Werner Herzog (1997)

    Let alleen al op de beginscène met de deuren. Volgens Wenders: Intensifying thruth

  85. Lola rennt – Tom Tykwer (1998)

    Schitterend gebruik van allerlei technieken (split screens, animatie, fotocollaga). Spel met de tijd!

  86. Magnolia – Paul Thomas Anderson (1999)

    Schitterend gebruik van muziek. En wat een opening. En let op de laatste seconde van de film!

  87. Manchester by the Sea – Kenneth Lonergan (2016)

    Wat een verhaal! Maar let vooral op de VORM waarin hij op meesterlijke wijze het verhaal giet. Ik geef hier geen voorbeelden want dan ga je daar bij het kijken op zitten wachten. Gewoon ondergaan en de 2e keer goed opletten. Zet geluid dan zacht en kijk wat hij zoal op zeer originele manier uithaalt qua VORM.

  88. Manhattan – Woody Allen (1979)

    Over exact kadreren en ‘vorm= inhoud’ en vooral aandachtspunten

  89. Memento – Christopher Nolan (2000)

    ?omgekeerd alles je vertel Hoe

  90. Michael Clayton – Gilroy (2007)

    Let op bv. het gebruik van aandachtspunten als hij bij de paarden aankomt. Let op waar je aandacht op terecht komt. (ik laat je dit zien en ervaren tijdens mijn trainingen.) Ook leg ik je uit waarom je je wezenloos schrikt op een bepaald moment.

  91. Million dollar baby – Clint Eastwood (2004)

    Gebruik van voice-over

  92. Moulin Rouge – Luhrmann (2001)

    Spanningsveld tussen muziek en beeld

  93. Napoleon – Abel Gance (1927)

    Over gebruik van split screens. Een van de vele bewijzen dat alles al eens is bedacht

  94. Night on earth – Jim Jarmusch (1991)

    Mooi voorbeeld van parallel vertellen

  95. Novecento – Bertolucci (1976)

    Sommige films moet je ook gewoon gezien hebben. Sutherland ging erna in therapie, want wist niet van zichzelf dat hij zo gruwelijk kon spelen

  96. Once upon a time in the west – Sergio Leone (1968)

    Subliem voorbeeld van wat een western vermag te zijn. Wel zien op Cinemascope format!

  97. Planet Earth – Attenborough (2006)

    Beeldenrijkdom. Let op het gebruik van de giga-zoomlens. Gebruikt in een helicopter die daardoor zo hoog kon vliegen dat de beesten beneden het niet hoorden. Unieke beelden daardoor

  98. Playtime – Jacques Tati (1967)

    Bv. subliem gebruik van geluidseffecten

  99. Psycho – Hitchcock (1960)

    Spreekt voor zich

  100. Pulp fiction – Tarantino (1994)

    Onder andere door het  spel met de tijd

  101. Raging bull – Scorsese (1980)

    Spreekt voor zich. Bv. montage van de boksscènes

  102. Rashomon – Kurosawa (1950)

    Subliem spel met de tijd. En wat is nu uiteindelijk de waarheid?

  103. Rear window – Hitchcock (1954)

    De ultieme peepshow. Subliem gebruik van het Point of View shot

  104. Repulsion – Polanski (1965)

    Gebruik POV. En eén van de engste scènes ever vanwege gebruik(of beter: afwezigheid) van geluid

  105. Requiem for a dream – Darren Aronofsky (2000)

    Let bv. op het ritme van de injectiescènes. Het loopt zo lekker omdat alle shots daar exact even lang zijn

  106. Roma – Fellini (1972)

    Bv. parallel montage aan eind tussen oud en nieuw

  107. Redbeard – Kurosawa (1965)

    Kadrering

  108. Sans soleil – Chris Marker (1983)

    Onder andere het sublieme begin

  109. Saving private Ryan- Spielberg (1998)

    Over subliem beginnen gesproken

  110. Seven samurai- Kurosawa (1954)

    Weergaloze kadrering (zoals gebruikelijk bij deze meesterverteller)

  111. Shoah – Klaus Lanzmann (1985)

    Lengte van shots. Hoe lang kan een shot staan. Hoe lang kan een interview duren?

  112. Sliding doors – Peter Howitt (1998)

    Prachtig spel met de vraag hoe je leven gelopen zou zijn als je net wel/net niet de metro miste? Denk aan K. Schippers:  Tea for two heeft voor de oorlog iets voor mijn vader gedaan. En ook voor mij. Hij liep langzaam – om het langer uit een huis te kunnen horen en miste zo lijn 2. In de volgende zat mijn moeder.

  113. Snatch – Guy Ritchie (2000)

    Hoe reis je in 6 shots, ofwel in 4 seconden en 7 frames van de VS naar Londen?

  114. Spiegel van Holland – Bert Haanstra (1950)

    Samengaan van beeld(rijm) en muziek

  115. Spoorloos – Sluizer (1988)

    Niet voor niets draaide hij in Hollywood een ander einde. Spel dus met verwachtingspatroon kijker

  116. Stalker – Tarkovsky (1979)

    Subliem gebruik van beeldtaal, ofwel beeldpoëzie

  117. Taxidriver – Scorsese (1966)

    Mag uiteraard in geen enkele filmlijst ontbreken. Kadrering

  118. The battle of Culloden – Peter Watkins (1964)

    Een ‘echte’ documentaire uit 1746! Waarbij de kanonkogels je om de oren vliegen

  119. The bridges of Madison county – Clint Eastwood (1995)

    Alleen al om het rugshot van Eastwood in de regen

  120. The conversation – Coppola (1974)

    Onder andere gebruik van herhaling van het gesprek. Gebruik van geluid

  121. The crying game – Neil Jordan (1992)

    Verwachtingspatroon van de kijker

  122. The English patient – Anthony Minghella (1996)

    Spel met de tijd. Gebruik van overvloeiers (zie Villa Media artikel elders op deze site)

  123. The essential poems – Daisy Goodwin (2004)

    Lessen in hoe je poëzie magistraal kunt visualiseren

  124. The French lieutenant’s woman – Reisz (1981)

    Over hoe je in een continue las (bv. Meryl Streep blijft haken aan een struik) eeuwen terug kunt springen. Spelen met de tijd

  125. The getaway – Sam Peckingpah (1972)

    Ook mooi spel met de tijd. Kijk maar naar de scène na zijn vrijlating bij de rivier.

  126. The graduate – Mike Nichols (1967)

    Gebruik van plaats; links-rechts

  127. The Godfather – Francis Ford Coppola (1972)

    Alles eigenlijk. Kadrering. Bestudeer wederom Walther Murch. Toch hoort deze film er niet ‘echt’ tussen, want doet vrijwel altijd wat montage hoort te zijn: onzichtbaar!

  128. The hours – Stephen Daldry (2002)

    Perfect spel met tijd. En continuïteit

  129. The Limey – Soderbergh (1999)

    Zeer onconventioneel spel met de tijd (en andere filmwetten)

  130. The man with the movie camera  – Vertov (1929)

    Hoezo, film is tegenwoordig, sinds MTV veel sneller dan vroeger?

  131. The matrix – Wachowski brothers (1999)

    Frozen time techniek

  132. The power of Art – Simon Schama (2006)

    Zo kan een serie over kunst dus ook zijn. Let ook op sublieme ensceneringen. TV/film = emotie!

  133. The shining – Stanley Kubrick (1980)

    Alles eigenlijk. Kadrering. Verwachtingspatronen. En hoe zit het nu eigenlijk met dat eindshot?

  134. The straight story – David Lynch (1999)

    Soms heeft een film ergens ineens zo’n moment waarvan ik denk: wow… wat een vondst! Hoe maak je bijvoorbeeld duidelijk dat onze held, vlak na vertrek, niet opschiet? Let dus op de tilt-up vanaf de middenstreep van het wegdek

  135. The thin red line – Terrence Malick (1998)

    Beeldpoëzie

  136. The time machine – George Pal (1960)

    Natuurlijk verouderd, maar zie het niet verouderde slimme spel met de ‘grootvaderparadox’  oftewel: als ik terugga in de tijd en ik dood mijn grootvader, hoe is het dan mogelijk dat ik besta?

  137. The Trial – Orson Welles (1962)

    Let op de lengte van de openingstitel: 17 seconden! Wat zou dat kunnen betekenen?

  138. The war game – Peter Watkins (1965)

    ‘Echte’ documentaire over gevolgen kernramp. Gebruik van voice-over

  139. Themroc – Claude Faraldo (1973)

    Film kan ook zonder dialoog

  140. There will be blood – Anderson (2007)

    Alles ten dienste van fenomenaal acteren. Let op begin en wat dat allemaal al vertelt over het karakter

  141. Touch of evil – Orson Welles (1958)

    Fenomenaal beginshot. Bestudeer ook de director’s cut (o.a. andere soundtrack onder dat openingsshot)

  142. Triumph des Willens – Leni Riefenstahl (1935)

    Gebruik van beeldrijm

  143. Truly, madly, deeply – Minghella (1990)

    Vooral vanwege de scène met ‘de ontdekking’

  144. Twelve monkeys – Terry Giliam (1995)

    Spel met tijd. Gebruik van geluid (bv. vliegveldscène)

  145. Una giornata particulare – Ettore Scola (1977)

    Camerabewegingen (bv. subliem kraanshot in openingssequentie dat overgaat in rijder)

  146. Unforgiven – Clint Eastwood (1992)

    Een ‘echte’ western

  147. Vertigo – Hitchcock (1958)

    Alleen al om het inzoom/uitrijeffect in het trappenhuis (sindsdien het Vertigo-effect genoemd), maar daarnaast nog om veel meer. Mijn favoriete Hitchcock. Wat een verhaal en wat een afloop

  148. Who’s afraid of Virginia Woolf – Hal Asbey (1966)

    Theater op het doek kan (soms) zeer goed werken. Burton en Taylor, moet ik nog meer zeggen?

  149. You the living – Roy Anderson (2007)

    Enkel vaste kaders. Gebruik van plaats.

  150. Woodstock – Michael Wadleigh (1970)

    documentaire die prachtig gebruik maakt van split screens (vaak 3 shots naast elkaar, a la Abel Gance). Zie bv. het befaamde ‘I am coming home by helicopter’ door Ten Years After

  151. Zusje – Robert Jan Westdijk

    Perfect voorbeeld van inzet DV-camera.

Bv. het gebruik van aandachtspunten
Share